Wilgstraat 61, 2565 MC  DEN HAAGtel. 070 - 7370111 • fax 084 - 8829521KvKnr 27178571

BDU-Krantencombinatie (c) Persbureau Argos (eb) maandag 1 september ’86

UTRECHT/VOORTHUIZEN _ “Die auto is mijn enige dak boven mijn hoofd. Als mijn echtgenoot weer eens teveel drinkt, ga ik mijn auto in met mijn honden en dan slaap ik daar.” Dat bracht een 44-jarige vrouw uit Voorthuizen naar voren toen zij zich tegenover de Utrechtse politierechter Mr. A. Weijsenfeld moest verantwoorden wegens het weigeren van een bloedproef en winkeldiefstal. De vrouw was op 16 april vorig jaar in Barneveld aangehouden, toen ze bij een verkeerde manoevre een aanrijding had veroorzaakt. Ook was ze betrapt op winkeldiefstal bij Vroom en Dreesman in Amersfoort.

Van het laatste verklaarde de Voorthuizense zich nauwelijks iets te kunnen herinneren. Zij weet het aan haar persoonlijke problemen. “Ik heb geen vrienden. Iedereen heeft me in de steek gelaten”, verklaarde ze.

Officier van justitie Mr. H. Donker toonde wel enig begrip voor de situatie.
Hij achtte de vrouw tijdens de winkeldiefstal niet geheel toerekeningsvatbaar en daarom vroeg hij op dat punt ontslag van rechtsvervolging. Wel vond hij dat de vrouw een jaar van de weg af moest, daar het niet voor het eerst was dat ze voor een dergelijk delict terecht moest staan. Tevens eiste hij twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf, met als speciale voowaarde dat de vrouw een dienstverlening van dertig uur verricht.
Mr. Weijsenfeld legde die dienstverlening op conform de eis. Hij hield de vrouw voor dat een ontzegging onvermijdelijk was. Van het betoog van de vrouw was hij echter zo onder de indruk, dat hij enige coulantie betrachtte. Hij hield het op rijontzegging van een half jaar.

UTRECHT/LEUSDEN - Bij mij is in een jaar drie keer ingebroken. Het enige dat de politie doet is langskomen en vingerafdrukken nemen. Ik voel me zo onrechtvaardig behandeld.” Dat bracht een 56-jarige Leusdenaar naar voren, toen hij na een alternatieve straf van vijftig uur dienstverlening wegens het rijden onder invloed opnieuw voor de Utrechtse politierechter stond.

De man was op op 23 januari en 24 juni vorig jaar in Soesterberg en Leusden in zijn auto betrapt met alcoholpromillages van 2,35 en 2,45. Zijn rijbewijs was hem sinds de laatste keer afgenomen.

Oficier van justitie Mr. H. Donker eiste ondanks de geslaagde dienstverlening achttien maanden rijontzegging. Daar de man zijn rijbewijs veertien maanden geleden kwijt raakte, zou hij dan nog vier maanden niet kunnen rijden.

Dat vond Van R. te ver gaan. “Ik ben toch geen misdadiger?”, sprak hij tot politierechter Mr. A. Weijsenfeld. “Ik zou u anders niet graag op de weg tegen willen komen als u gedronken heeft”, was diens laconieke antwoord. Die vond dat de man echter al genoeg was gestraft en ging accoord met de teruggave van het rijbewijs.

UTRECHT/SCHERPENZEEL - Een 22-jarige inwoner van Scherpenzeel is door de Utrechtse politierechter veroordeeld tot 400 gulden, omdat hij op 16 oktober vorig jaar was doorgereden nadat hij een verkeersbord had geramd op de Koningin Julianalaan in Leusden.

De jongen verklaarde na de aanrijding gelijk naar huis te zijn gereden omdat hij meteen wat aan zijn beschadigde bumper had willen doen. Officier van justitie H. Donker hield de knaap voor dat het melden aan de politie in alle gevallen voor dient te gaan.

De schade aan het verkeersbord bedroeg 177 gulden. Die heeft de jongen inmiddels betaald.

UTRECHT/HOEVELAKEN _ “Ik had maar twee pilsjes gedronken en er zelfs twee laten staan.” Toen ik na het ongeluk thuis kwam heb ik wat borrels gedronken.” Zo verdedigde een 45-jarige inwoner van Hoevelaken zich tegenover de Utrechtse politierecht. Hij was op op 4 oktober vorig jaar op de Nijkerkerweg in Bunchoten met zijn auto in een sloot beland. Naderhand zocht de politie hem op en nam hem een bloedproef af, die op een promillage van 1,37 wees. De man ontkende echter dat hij met een dergelijke hoeveelheid alcohol op achter het stuur had gezeten.

Officier van justitie hechtte echter geen geloof aan de verklaringen van de man. “De politie heeft bij u geen drank aangetroffen en ook geen gebruikte glazen”, was het commentaar van Mr. H. Donker. Hij eiste zes maanden rijontzegging en duizend gulden boete. De man zei dat hij dat onmogelijk kon betalen. Ook zou hij bij een rijontzegging zijn baan wel kunnen vergeten, zo verklaarde hij. “Ik ben al wat ouder, dus zo makkelijk vind ik meer iets anders”, aldus de verdachte.

Politierechter Mr. A. Weijsenfeld hield de man voor dat de straf toch uit de lengte of de breedte moest komen. “Er moet toch iets gebeuren. We zitten hier uiteindelijk om te straffen”, aldus Mr. Weijsenfeld. Hij legde de man een boete van 900 gulden op. Tevens mag hij een half jaar lang niet rijden op zondag. Voor zijn werk kan hij dus nog wel de weg op.


/ Voor print en webontwerp / Portfolio en Curriculum / De politierechter: vonnissen een jaar na dato / Politierechters 1986 / BDU-Krantencombinatie (c) Persbureau Argos (eb) maandag 1 september ’86


> Schrijf een beoordeling