Wilgstraat 61, 2565 MC  DEN HAAGtel. 070 - 7370111 • fax 084 - 8829521KvKnr 27178571

Politierechter maandag 1 september

UTRECHT – De 30-jarige utrechter P. van der K. is door de Utrechtse politierechter veroordeeld tot een boete van 200 gulden. Hij had op 12 september vorig jaar bij Vroom en Dreesman een boek weggenomen. Hij liep toen nog in de proeftijd van een voorwaardlijk vonnis, dat hem was opgelegd wegens eerdere diefstallen, die hij had gepleegde om aan geld voor drugs te komen.

maandag 1 september 1986

Die bewakingsdienst deed zo provocerend. Die mensen lopen constant achter me aan. Dat ergerde me zo, dat ik het boek heel demonstratief meenam, zo verklaarde de man zijn handelswijze.

Van der K. bracht nog naar voren, dat het niet zijn bedoeling was geweest om het boek echt te stelen en hij het boek had teruggegeven aan de beveiligingsbeambten voordat hij naar buiten was gegaan.

Het mocht officier van justitie Mr. H. Donker zich niet tot een soepelere eis vermurwen; die eiste een tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf en nog een week cel onvoorwaardelijk extra. Dat zou inhouden dat de man in totaal vier weken zou moeten uitzitten.

Politierechter Mr. A. Weijsenfeld wilde het echter niet zover laten komen, mede omdat de man en zijn raadsvrouw naar voren brachten dat afkickpogingen succes bleken te hebben opgeleverd. Mr. Weijsenfeld hield het daarom op een boete van 200 gulden. Maar als het niet goed gaat, krijgt u het wel keihard terug, drukte hij de utrechter op het hart, toen hij vonnis wees.

UTRECHT – Wegens het plegen van supportersgeweld en mishandeling met een hockeystick is de 39-jarige utrechter E.J. veroordeeld tot zes weken voorwaardelijke gevangenisstraf en 700 gulden boete. Tegen hem was zes weken cel geëist, waarvan de helft voorwaardelijk.

De zaak tegen de man was op 31 januari aangehouden voor getuigenverhoor. J. ontkende de aanklacht gedeeltelijk.

Hij had al had toegegeven op 30 maart vorig jaar de ex-vriend van zijn schoonzuster te hebben geslagen, toen deze tegen de afspraak in haar tuin opdook. Zij had problemen verwacht en haar zwager was speciaal door haar opgetrommeld om kordaat op te treden. De utrechter ontkende echter dat hij de klappen met een hockeystick zou hebben toegediend. Dit was hem wel ten laste gelegd.

Op 12 mei zou hij tijdens een voetbalwedstrijd tussen Bunnik ’73 en de Sterrenwijk een speler in het gezicht hebben geschopt. Die had daar een gescheurde lip aan over gehouden.

Ook in het tweede geval had de utrechter toegegeven dat hij had gevochten, maar hij ontkende met kracht dat hij ‘met puntschoenen in gezicht van het slachtoffer zou hebben getrapt‘, zoals getuigenverklaringen naar voren hadden gebracht. Hij zei dat hij in beide gevallen andere getuigen had die zijn lezing konden staven.

Dit getuigenverhoor bij de rechter-commissaris had voor de verdachte echter geen ontlastende feiten op. Daarom eiste officier van justitie Mr. H. Donker een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Hij sprak van ‘zware feiten”.

Ook politierechter Mr. A. Weijsenfeld achtte beide zaken bewezen zoals ze ten laste waren gelegd. Wel vonniste hij milder dan de eis, onder meer omdat J. in zijn laatste woord tegenover hem verklaarde dat hij zich niet zo snel meer met dergelijke feiten zou inlaten. “Mijn zwager woont nu notabene weer met de vent samen”, verzuchtte hij.


/ Voor print en webontwerp / Portfolio en Curriculum / De politierechter: vonnissen een jaar na dato / Politierechters 1986 / Politierechter maandag 1 september


> Schrijf een beoordeling