Wilgstraat 61, 2565 MC  DEN HAAGtel. 070 - 7370111 • fax 084 - 8829521KvKnr 27178571

Politierechter dinsdagochtend 15 april.

UTRECHT – De 20-jarige utrechter G.G. is door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan de helft voorwaardelijk. Hij stond terecht wegens openlijke geweldpleging, autodiefstal, huisvredebreuk en het doorrijden na een aanrijding in een onverzekerde auto.

dinsdag 15 april 1986

G. had op 15 maart vorig jaar met anderen een auto gestolen. Met het voertuig werden enige ’slipspelletjes” ten tonele gevoerd, waarna het vehikel in de Biltse Grift werd ‘geparkeerd”. De jongen was hiervoor op 14 januari al bij de politierechter geweest, maar zijn advocaat, Mr. M. Vetkamp, had toen om aanhouding gevraagd. Hij wilde die zaak graag voegen met een inbraak die zijn cliënt in december had gepleegd in Vleuten-De Meern. Tot zijn verbazing stond die zaak nu niet op de rol, maar wel een heleboel andere feiten, die de jongen op 14 januari tegen iedereen had verzwegen.

Zo had de knaap op 20 juni in een onverzekerde wagen op de Weerdsingel ‘wat zitten swingen op muziek’, als gevolg waarvan hij bovenop een wagen voor hem reed. Hij was niet verzekerd. Ook heeft geen rijbewijs.

Op 7 juli vorig jaar werd een meisje in een kano het slachtoffer. Zij peddelde die dag in de Maliesingel toen G. met twee andere knapen in een rubberboot opzettelijk tegen haar op botste, waarbij haar bootje kapseisde. “Een grapje. Ik dacht dat ze het leuk vond”, was G.’s verweer.

Op 30 november maakte de utrechter problemen bij een vrouw uit de Acaciastraat, door daar met een groepje jongens haar woning binnen te dringen en er met een scanner vandoor te gaan. “Bek houden, anders gaan we het huis verbouwen”, was zijn reactie toen de vrouw bezwaar maakte.

De G. is vaker met justitie in aanraking geweest. In december ‘84 was hij veroordeeld tot een half jaar cel, waarvan de helft voorwaardelijk wegens diefstal. Hij loopt nog in de proeftijd hiervan.

Zijn raadsman pleitte voor aanhouding van de zaak om een psychiatrisch rapport uit te laten brengen. “Straffen is een heilloze weg. Mijn cliënt zegt te willen breken met het verleden”, aldus Mr. Vetkamp in zijn pleidooi. Officier van justitie Mr. P. Bender wierp de raadsman echter tegen dat het bij vage plannen bleef en sprak van een mislukte poging om via uitstel van de zaak afstel te krijgen. Zijn eis was vier maanden cel onvoorwaardelijk.

Evenals de officier wilde politierechter Mr. Th. Clarenbeek de zaak niet meer aanhouden. De jongen zal in totaal vijf maanden cel moeten uitzitten omdat de twee maanden voorwaardelijk die hij in ‘84 had gekregen ook ten uitvoer werden gelegd. Behalve de gevangenisstraf kreeg de jongen tevens een rijontzegging van half jaar en 350 gulden boete voor de aanrijding op de Weerdsingen.

UTRECHT – Wegens medeplichtigheid bij een beroving is de 18-jarige M.T. tot twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld. “Het loopt nu met een sisser af, maar een volgende keer wordt het geheid het Wolvenplein”, waarschuwde officier van justitie Mr. P. Bender, die dezelfde straf had geëist.

De knaap was op 26 juli vorig jaar met twee vrienden meegegaan toen die een tasjesroof hadden beraamd. T. verklaarde dat ‘hij wel eens wilde zien hoe dat ging”. Een van zijn twee vrienden ramde met een fiets twee wielrijdsters. Bij een van de meisjes werd vervolgens een tasje onder de snelbinders vandaan gerukt. T. had die dag ook met de twee vrienden zes fietsen uit een kelderbox weggenomen.

De jongen woont nog bij zijn ouders en daarom leek het Mr. Bender zinloos om naast de voorwaardelijke celstraf ook nog een geldboete te eisen. Politierechter Mr. Th. Clarenbeek oordeelde conform. “Ik zou ook niet weten wat ik anders moet doen”, aldus de politierechter. T. had nog een blanco strafblad.

Meervoudige Kamer dinsdagmiddag 15 april

UTRECHT – Tegen een man uit Utrecht die brand stichtte in zijn flatwoning om aan een grotere woonruimte te komen is een gevangenisstraf van een jaar geëist, waarvan drie maanden voorwaardelijk.

De 35-jarige A.S. had zijn gezin tevoren ondergebracht bij familie, evenals zijn papieren, kleding en een videorecorder. In de nacht van 26 januari hij toog naar de woning, waar hij het tapijt met benzine besprenkelde en aanstak. De buren, die door een hevige knal werden gealarmeerd, schakelden echter de brandweer in voordat de brand om zich heen kon grijpen.

Een psychiatisch rapport bracht naar voren dat S. slechts verminderd ontoerekeningsvatbaar was op het tijdstip van het midrijf. Hij verkeerde in persoonlijke problemen. Hem was collectief ontslag aangezegd. Bovendien was zijn vrouw opnieuw in verwachting geraakt, terwijl hij zijn woning op dat moment al te klein vond voor een gezin met drie kinderen. Hij stond al op de urgentielijst voor een grotere woning.

“Verdachte denkt wel aan zichzelf en zijn kinderen, maar niet aan de anderen in de flat. Niemand was gewaarschuwd.” Dit zei officier van justitie Mr. P. van der Molen. Ook verweet ze de man dat hij geld uit de brand had willen slaan, daar hij zijn videorecorder bij de verzekering als gestolen had aangegeven. Mr. Van der Molen sprak tegen dat de woonsituatie van S. zo slecht was. Zij wees er op dat andere grote gezinnen in de desbetreffende flat geen klachten over hun woonruimte zouden hebben.

Mr. R. Veerkamp, die als raadsman van S. optrad, bepleitte een korte gevangenisstraf en een directe invrijheidsstelling. “Als hij vast blijft zitten loopt hij de kans dat hij zijn uitkering zal verliezen. In het huis van bewaring leidt hij een geïsoleerd bestaan, want hij wil niet praten met mensen die het alleen maar over stelen hebben. Als hij nu vrij komt kan hij nog iets maken van zijn leven”, aldus Mr. Veerkamp in zijn pleidooi.

Mr. Van de Molen protesteerde hevig tegen het verzoek om invrijheidsstelling en een mildere berechting. “U denkt alleen aan S., maar u vergeet één ding, namelijk wat andere mensen aan hun leven hadden gehad als de brand uit de hand was gelopen. Het gevaar voor hen was niet ondenkbeeldig. “Het is nu eenmaal mijn taak om voor de verdachte op te komen”, bracht Mr. Veerkamp hier tegen in.

De president van de rechtbank Mr. H. Hofhuis, wees het verzoek om directe invrijheidsstelling na een uiterst kort overleg af. Hij zal op 29 april uitspraak doen.


/ Voor print en webontwerp / Portfolio en Curriculum / De politierechter: vonnissen een jaar na dato / Politierechters 1986 / Politierechter dinsdagochtend 15 april. / Meervoudige Kamer dinsdagmiddag 15 april


> Schrijf een beoordeling