Wilgstraat 61, 2565 MC  DEN HAAGtel. 070 - 7370111 • fax 084 - 8829521KvKnr 27178571

Politierechter maandagmiddag 14 april

UTRECHT – “Tegen mijn cliënt is een val opgezet, omdat hij moeite had met sommige werknemers.” “Het openbaar ministerie heeft verklaard dat ze de grote jongens moet laten lopen, omdat het te weinig mankracht heeft om die te vervolgen, terwijl man en macht aan dit kruimelwerk is besteed.” Advocate Mr. P. van Luyn nam geen blad voor de mond toen ze bij de Utrechtse politierechter de 46-jarige utrechter J.O. verdedigde.

maandag 14 april 1986

De man, die in een bouwbedrijf de leiding had over 35 mensen, werd ervan verdacht in op 9 februari vorig jaar veertig liter olie, twintig liter benzine, zes pakken koffie, tien pakken suiker, een drukspuit en een potje lijm te hebben weggenomen uit een bouwkeet van het bedrijf in Maarssen. Er werd die dag gepost, omdat regelmatig goederen werden vermist. In de kelder van de verdachte werden ook spullen van het bouwbedrijf aangetroffen, maar hierover was de man niets ten laste gelegd.

Mr. Van Luyn bepleitte het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren. “Ik vind het OM hardvochtig en onrechtvaardig. Mijn cliënt is dubbel en dwars gestraft doordat hij is ontslagen. Toen hij het weekend op het politiebureau zat kreeg hij een hartinfarct. Hij is nu arbeidsongeschikt.” Ook legde de advocate een link met de diverse bouwfraudes die de afgelopen tijd de revue zijn gepasseerd. Ze bracht naar voren dat het blijkbaar toch wel erg makkelijk werd gemaakt om je in de bouw onrechtmatig te verrijken. Verdachten die in die grote zaken een belangrijke rol hadden, zouden op diverse gronden niet meer zijn vervolgd. Daarom vond Mr. Van Luyn dat er in de vervolging van haar cliënt sprake was van willekeur. Ook was zijn zaak pas na een jaar aangebracht; volgens de raadsvrouw geen redelijke termijn meer.

“U durft nogal”, was de reactie van officier van jusitie Mr. J. Spee. Hij ontkende dat er bij hem veel zaken ‘de prullemand ingingen’ en raadde Mr. Van Luyn aan niet op de krant af te gaan maar direct contact te zoeken met hem, als ze meer over het sepotbeleid wilde weten.

Mr. Spee had tegen O. twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf en duizend gulden boete geëist. Gezien de persoonlijke omstandigheden legde politierechter Mr. H. Schepen een lagere straf op: twee weken voorwaardelijk en 500 gulden boete.

UTRECHT – De 22-jarige utrechter J. de V. is door de politierechter tot duizend gulden boete, twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf en een jaar rijontzegging veroordeeld. Hij had op 8 september vorig jaar na het nuttigen van 2,00 promille aan drank in zijn auto op de Heycopseweg in Maarssen op het gaspedaal in plaats van op de rem getrapt. Daardoor vloog hij uit de bocht en kwam hij in een sloot terecht.

De man verklaarde teveel gedronken te hebben omdat hij zich zorgen maakte over zijn moeder die in het ziekenhuis lag.

“Dit bewijst maar weer eens dat drank de problemen niet oplost”, hield officier van justitie Mr. J. Spee de utrechter voor. Hij had 1.300 gulden boete, twee weken voorwaardelijk en een jaar ontzegging geëist. De man was al eens eerder voor rijden onder invloed veroordeeld.

UTRECHT – De 36-jarige P. van de K. uit Maarssen is door de Utrechtse politierechter tot 300 gulden boete veroordeeld. Hij had op 30 maart vorig jaar in een discotheek in zijn woonplaats een man mishandeld.

Die had hij daar zien lopen met zijn ex-vriendin. Op weg naar het toilet was hij hem achterna gegaan, had hem voor ‘boerenklootzak” uitgescholden en hem een mep in zijn gezicht verkocht. Later had hij gedreigd met een bierglas. De man was niet op de zitting verschenen. Bij de politie had hij verklaard dat zijn slachtoffer een dreighouding zou hebben aangenomen, waarop hij ‘uit verdediging” had geslagen.

UTRECHT – Politierechter Mr. H. Schepen heeft drie Zeistenaren vrijgesproken van openlijke geweldpleging tegen twee buitenlanders. Een verdachte - de 21-jarige B.T. - kreeg desalniettemin een boete van 500 gulden wegens mishandeling. De 20-jarige W.E. kreeg 400 gulden boete wegens het opgeven van een valse naam en vernieling.

De drie knapen hadden op 20 januari vorig jaar in een café de vriendinnen lastiggevallen van twee Marokkaanse jongens. Toen die weg wilden gaan, zouden de verdachten hebben besloten om ‘die twee buiten nog even te pakken”.

De verdachten ontkenden op de zitting dergelijke plannen te hebben gesmeed. Er zou alleen zijn getrapt en geduwd ‘uit zelfverdediging”. Gevolg van die ‘verdediging” was wel dat een van de Marokkanen tegen een muur belandde en een hoofdwond opliep.

Officier van justitie Mr. J. Spee was over de verklaringen niet erg te spreken.
“Een misselijke zaak”, zei hij, “het is jammer dat de verdachten zich hier niet zo flink tonen als toen en het geweld ruiterlijk hadden erkend.” Mr. Spee eiste tegen T. twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf en 750 gulden boete.
Tegen de 21-jarige E.V. stelde hij twee weken onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor. De 20-jarige W. van E. stond tevens terecht voor het vernielen van een gokautomaat. Hij had op 5 april vorig jaar in een snackbar ‘in een reflex” uitgehaald nadat hij 200 gulden aan het ding kwijt was geraakt. Tegen hem eiste de officier drie weken onvoorwaardelijke celstraf en ook 150 gulden boete, omdat hij bij de aanhouding op 20 januari een valse naam had opgegeven.

De raadslieden van de verdachten brachten naar voren dat er geen sprake zou zijn geweest van een geplande geweldsactie. T. zou impulsief hebben gereageerd toen hij klappen en trappen uitdeelde, omdat het slachtoffer een karatehouding zou hebben aangenomen. Volgens Mr. C. da Cunha, die V. verdedigde, was de zaak maar van één kant belicht.

Politierechter Mr. H. Schepen vond dat hij uit de verklaringen niet had kunnen opmaken dat er van een werkelijke openlijke geweldpleging sprake was geweest.
Daarom sprak hij de verdachten op dat punt vrij. V. werd daardoor geheel vrijgesproken. Bij T. achtte de politierechter wel mishandeling bewezen.

UTRECHT – De Utrechtse politierechter heeft een strafzaak tegen drie jongeren uit Zeist enUTRECHT aangehouden om meer informatie over ze te krijgen. De drie - de 24-jarige utrechter G. de B. en de twee broers B.K.(24) en E.K.(20) uit Zeist enUTRECHT hadden op 1 januari vorig jaar bij een juwelier aan de Slotlaan in Zeist een etalageruit ingegooid en hadden er voor bijna 10.000 gulden aan horloges weggehaald.

De jongens waren in een discotheek op het plan gekomen. Ze verklaarden op de zitting dat het hooguit om tien tot twaalf horloges zou zijn gegaan.

Op 1 mei vorig jaar na een feest bij een buurtvereniging hadden de drie verdachten ook daar een ruit vernield om er met vier kratten bier vandoor te gaan. De schade hiervoor is inmiddels vergoed. Alleen De B. moest voor dit feit nog terecht staan.

De jongens waren al vele malen eerder met justitie in aanraking gekomen voor uiteenlopende delicten. Zo waren ze ook betrokken geweest bij een uitgelokte vechtpartij met drie Marokkaanse jongeren bij een zwembad in Zeist. Hiervoor hadden allen in september veroordeeld onvoorwaardelijke gevangenisstraffen gekregen. De B. meldde tussen neus en lippen door dat hij ook nog terecht moet staan wegens brandstichting.

Officier van justitie Mr. J. Spee eiste tegen de B. zes weken onvoorwaardelijke gevangenisstraf en tegen de broers K. een maand cel onvoorwaardelijk. Hij verzette zich tegen de dienstverleningsvoorstellen van de raadslieden, die hoopten dat die een alternatieve straf heilzamer zou werken dan de gevangenisstraffen waar de drie al kennis mee hadden gemaakt. “De verdachten zijn in zoverre eerlijk dat ze niet om de feiten heen draaien. Door het gemak waarmee ik ze alles zie vertellen heb ik echter niet de indruk dat een ommekeer op komst is”, aldus Mr. Spee.

De drie verklaarden echter betere toekomstplannen te koesteren. Voor politierechter Mr. H. Schepen reden om rapportage van de reclassering aan te vragen alvorens hij zal oordelen.

De 22-jarige H.K., die enkele gestolen horloges van de drie had gekregen, werd conform de eis tot een boete van 300 gulden veroordeeld.


/ Voor print en webontwerp / Portfolio en Curriculum / De politierechter: vonnissen een jaar na dato / Politierechters 1986 / Politierechter maandagmiddag 14 april


> Schrijf een beoordeling