Wilgstraat 61, 2565 MC  DEN HAAGtel. 070 - 7370111 • fax 084 - 8829521KvKnr 27178571

Politierechter dinsdagochtend 25 maart

(Van een onzer verslaggevers)
UTRECHT – De 28-jarige S. van D. uit Utrecht is door de politierechter tot een boete van 500 gulden veroordeeld, omdat ze op 21 februari vorig jaar twee keer ‘Verkrachting is niet om te lachen’ op de gevel van de Stadsschouwburg had gespoten. Haar twee spuitbussen zijn verbeurd verklaard.

dinsdag 25 maart 1986

“Verkrachting is niet om te lachen.” Die kreet had de 28-jarige S. van D. op 21 februari vorig jaar met een spuitbus op de gevel van de Utrechtse Stadsschouwburg aangebracht. Daar zou toen de klucht ‘Hoe versier ik een stuk” van John Lanting’s Theater van de Lach worden opgevoerd. In een rumoerige zaal werd een boete van 750 gulden tegen de vrouw geëist.
De geruchtmakende klucht ging over een schlemielige man die werkt in een koekjesfabriek. Zijn vrouwelijke collega’s aanbidden hem echter ineens als hij ervan wordt verdacht dat hij in een Vondelpark een vrouw heeft aangerand. Het gedrag van de vrouwen inspireert zelfs een andere werknemer van het bedrijf om ‘ook maar eens naar het Vondelpark te gaan’.
“Ieder mens begrijpt wel wat daarmee wordt gesuggereerd. Theater staat niet los van de werkelijkheid. Het kan die ook beïnvloeden. Je kunt niet zeggen het is maar een klucht”, zo verdedigde de vrouw zich. Zij beriep zich erop dat ze in haar strijd tegen seksueel geweld wel genoodzaakt was geweest tot een dergelijk handelen en vond dat eigenlijk John Lanting, het openbaar ministerie en het bestuur van de Stadsschouwburg hadden moeten worden vervolgd.

Officier van justitie mevrouw Mr. P. van der Molen - die zei dat ze de opvoering zelf had gezien - sprak van een ‘onvolwassen reactie” en een ‘gewone vernieling”. “Je kunt over het stuk op verschillende manieren oordelen. Een helft - waaronder ook vrouwen - vond het een leuk toneelstuk. Anderen storen zich eraan”, aldus de officier. Het merendeels vrouwelijke publiek wond zich hoorbaar op over haar requisitoor en wilde direct met haar in discussie gaan, waarop politierechter Mr. Th. Clarenbeek de zaal tot kalmte maande. Hij wees de vrouwen erop dat het op deze wijze aanvechten van de eis niet tot de algemene rechtsgang behoort.

De raadsvrouw van de verdachte, Mr. T. Prakken, vond dat haar cliënte op verschillende gronden moest worden vrijgesproken. Volgens haar moest de dagvaarding nietig worden verklaard. “Het is een gewrongen constructie geworden om van het spuiten een misdrijf te maken”, aldus Mr. Prakken. Ook zou de politie overspannen op de spuitactie hebben gereageerd door de vrouw tegen een surveillancewagen te zetten en te fouilleren.
De advocate wees er verder op dat bij zowel de burgemeester als de schouwburgdirectie was aangedrongen op verbieden van de opvoering. Burgemeester Vos zou hierop hebben geantwoord dat de rol van zedenmeester de overheid niet past. “Het kenmerk van een mannenmaatschappij om aanranding als een aantasting van de goede zeden te beschouwen. Seksueel geweld is geen zedendelict maar een geweldsdelict”, merkte Mr. Prakken op. Ze vond de actie van haar cliënte een volkomen rechtvaardige actie die was te vergelijken met vroegere harde acties van vrouwengroeperingen voor vrouwenkiesrecht.
Verder voerde Mr. Prakken aan dat de schouwburgdirectie zou wel hebben toegestemd in het uitdelen van vlugschriften aan de bezoekers. “De actie verschilt hier niet duidelijk van”, als de raadsvrouw. Op haar verzoek zal Mr.
Clarenbeek op 7 april schriftelijk uitspraak doen.

Een andere verdachte die als actie tegen het stuk een zakje verf over John Lanting had gegooid is op 28 februari veroordeeld tot een boete van 750 gulden, waarvan 450 gulden voorwaardelijk.


/ Voor print en webontwerp / Portfolio en Curriculum / De politierechter: vonnissen een jaar na dato / Politierechters 1986 / Politierechter dinsdagochtend 25 maart


> Schrijf een beoordeling