Wilgstraat 61, 2565 MC  DEN HAAGtel. 070 - 7370111 • fax 084 - 8829521KvKnr 27178571

Politierechter maandagmiddag 17 maart

UTRECHT – De Utrechtse politierechter heeft twee broers uit Oudekerk aan de Amstel en Vinkeveen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken veroordeeld wegens stroperij. Een van de twee - de 21-jarige R. van L. - kreeg bovendien een geldboete van 150 gulden omdat in zijn auto een wapenstok was aangetroffen.

maandag 17 maart 1986

Op 22 oktober ‘84 had zijn 36-jarige broer Z. tegen hem gezegd dat hij ”ergens een haas wist te leggen‘. Met R.’s 22-punts flobertbuks waren de twee naar de Winkeldijk in Abcoude getogen om met succes vanuit de auto enkele hazen neer te schieten. Hierbij werden zij echter betrapt.
R. verklaarde aan politierechter Mr. H. Schepen dat hij het geweer in Antwerpen had aangeschaft en het had gebruikt om op blikjes te schieten.
Mr. Schepen hield de man voor dat het de tweede keer was dat bij voor het bezit van een dergelijk geweer was vervolgd.. “Er gebeuren wel eens ongelukken met die dingen”, aldus Mr. Schepen. “En dan worden de mensen ‘t haasje”, vulde officier van justitie Mr. M. van Capelle aan. Hij eiste tegen R. drie weken cel en tegen zijn broer Z. een maand gevangenisstraf, omdat hij met de buks had geschoten. Mr. Schepen hield er in zijn vonnis echter rekening mee dat R.’s broer nog niet eerder met justitie in aanraking was geweest.

UTRECHT – De 30-jarige IJsselsteiner J.O. en de 39-jarige C.H. uit Nieuwegein zijn door de Utrechtse politierechter veroordeeld tot een boete van 300 gulden, omdat zij op 23 april vorig jaar in Nieuwegein een deuk in een auto hadden getrapt.
De twee hadden zich op de Rijksweg geërgerd aan het gedrag van een medeweggebruiker en wilden daarover verhaal halen. Toen de man zijn portier niet had willen openen had O. drie keer tegen de auto aangetrapt.

UTRECHT – De Utrechtse politierechter Mr. H. Schepen heeft de 25-jarige Amsterdammer A.J.tot een boete van 750 gulden en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken veroordeeld. Hij had op 21 december ‘84 in een discotheek in Mijdrecht een jongen twee stompen verkocht.
Die jongen had zich geërgerd aan J.’s gedrag ten opzichte van zijn vriendin en zou J. daarom een kopstoot hebben verkocht. J. had daarop twee keer uitgehaald waarbij de jongen twee tanden had verloren en zijn lip was gescheurd.
De jongen was al eerder veroordeeld wegens diefstal en vernieling. Het vonnis was conform de eis van de officier van jusitie.

UTRECHT – “De horeca is hier medeschuldige. De groep waarin mijn cliënt als jongere zat kreeg aan de bar een lot uitgereikt voor honderd gratis pilsjes.” Dat zei Mr. C. Coster, die raadsman was van de 22-jarige S.B. uit Nieuwegein, die zich maandag voor de Utrechtse politierechtermoest verantwoorden voor geweldpleging. Daar had hij zich begin vorig jaar twee keer aan schuldig gemaakt. Hiervoor werd hij tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een maand veroordeeld. Dit met aftrek van een week voorarrest.
Op 18 maart vorig jaar had B. meegevochten in een massale vechtpartij in een IJsselsteins café. De jongen werd als aanstichter beschouwd, omdat het geweld was losgebarsten nadat hij een vriendin van een van de andere verdachten had lastiggevallen.
Een maand eerder had de knaap in zijn woonplaats een vrouw een karatetrap tegen het hoofd gegeven nadat hij met zijn brommer tegen haar op was gereden. B., die op kickboksen zit, was al eens eerder wegens geweldpleging veroordeeld. Op 4 november vorig jaar was B. voor deze zaken voor politierechter Mr. G. van Esch verschenen, maar zij had de zaak aangehouden voor een reclasseringsrapport.
Officier van justitie Mr. M. van Capelle rekende de jongen het mishandelen van de voetgangster het zwaarste aan. De vechtpartij in het café wilde hij nog wel beschouwen als een cultureel patroon dat naar zijn mening steeds meer eigen wordt gemaakt door bepaalde groepen jongeren, die ‘na een avondje stappen de straat op gaan om te gaan slaan”. Agressie in het verkeer vond Mr. Van Capelle echter ‘te gortig”. Om die reden verzette hij zich tegen een eventuele alternatieve straf en eiste een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken.

B. vroeg politierechter Mr. H. Schepen of hij in zijn vonnis rekening wilde houden met zijn moeilijke familiesituatie. Hij werd na de IJsselsteinse vechtpartij uit het ouderlijk huis gezet en leidt sindsdien een zwervend bestaan. Mr. Schepen verlaarde in zijn vonnis dat hij van die omstandigheden wel nota had genomen.
B.’s medeverdachten van de IJsselsteinse vechtpartij zijn op 4 november veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraffen tot een maand. Mr. Van Capelle’s collega tilde toen zo zwaar aan die vechtpartij dat hij tegen alle verdachten onvoorwaardelijke gevangenisstraffen had geëist.

UTRECHT – De 27-jarige J. van D. uit Zeist is door de Utrechtse politierechter veroordeeld tot een boete van 350 gulden wegens mishandeling.
De man was 1 juli vorig jaar thuisgebracht met een taxi. Toen zijn vriend het portier dichtsloeg, kwam zijn vinger ertussen. Hij werd hier zo kwaad over dat hij zijn vriend ‘in een reflex” een blauw oog sloeg.

UTRECHT – “Zo gaat dat hier niet. Het laatste wat we nodig hebben is een samenleving waar de straat het voor het zeggen heeft.” Dat zei officier van justitie Mr. M. van Capelle tegen twee jongens die maandag voor de Utrechtse politierechter moesten verschijnen wegens openlijke geweldpleging in Woerden.

De 23-jarige B.S. uit Alphen aan de Rijn en de 22-jarige B.R. uit Woerden hadden op 2 februari vorig jaar in Woerden een man geslagen. Die had gezien dat hun vriend een deuk in een passerende auto had geschopt en had daar wat over gezegd.
“Die auto had ons bijna doodgereden. Volgens ons was de bestuurder dronken. Die voorbijganger begon ons te discrimineren dat we terug moesten naar ons eigen land.” Dat verklaarde B.S. over de toedracht. Evenals zijn vriend is hij uit Marokko afkomstig.

Het slachtoffer, dat op de zitting was verschenen om een schadeclaim in te dienen, had een ander verhaal. Hij had gezien dat er tegen een passerende auto werd geschopt. “Die voorste daar moet je hebben”, had hij vervolgens tegen de bestuurder gezegd, wijzend op het groepje. Hierop zou de man zijn bestormd ‘als ware het een kamikazeaanval’, waarbij de bril van de man sneuvelde. Hij ontkende discriminerende opmerkingen te hebben gemaakt en claimde ruim 1.400 gulden, waarvan 1.200 gulden immateriële schade.

“De heren hebben zich op een onfrisse manier laten gaan”, merkte Mr. Van Capelle in zijn requisitoir op. Tegen de twee eiste hij een maand cel waarvan de helft voorwaardelijk met als speciale voorwaarde dat elk van de jongens binnen een half jaar 700 gulden schadevergoeding betaalt aan het slachtoffer. “Het slachtoffer moet recht worden gedaan”, zo motiveerde de officier zijn eis.
Politierechter Mr. H. Schepen veroordeelde de twee tot een voorwaardelijke straf van twee weken cel en een boete van 300 gulden. De schadevergoeding beperkte hij tot 250 gulden.

Beide knapen kondigden aan in hoger beroep te zullen gaan. Zij hadden geen advocaat meegenomen naar de zitting. Hun 25-jarige vriend H.O. die de trap tegen de auto had gegeven was niet op de zitting verschenen. Tegen hem is de zaak aangehouden tot 9 juni.


/ Voor print en webontwerp / Portfolio en Curriculum / De politierechter: vonnissen een jaar na dato / Politierechters 1986 / Politierechter maandagmiddag 17 maart


> Schrijf een beoordeling